Verdring je rond het droomcafé van gras en modder, het gluren kan beginnen
een voorgevel ontbreekt, daar komt de vrachtwagen met vaten. Dit is een echt bos
met echte vossen, reeën, bomen, geen sprake van een sportveld of parkeerplaats.
Hier rennen de halfnaakten tussen pluizen van paardenbloemen, gewichtloos.
‘Zie je hoe ik als een ster uit het vliegtuig stap?’ De vloer is parelmoer
en het orkest is opgericht in ’56. Nog schitteren de veertig identieke broeken
van koperblazers, haren in de wind die vlaggen verderop gooit
van zeven meisjes met nepstaarten en een Spaanse roos, het thema is tango.

Het opstootje onder de vriendinnen.
We moeten ze tegenhouden!
Betoveren we de kornuiten?

De plaatselijke held buigt zijn hoofd als hij het banket opent
zoete kleuren, suiker, kruiden, een onthoofding
druipend sap van perziken en schalen vol bananen.
Glazen met suikerrandjes, basilicum, ansjovis
blauwe kazen, verse zalm, zes soorten wijn
brood met olie, flakkerende kaarsen, twee bloedneuzen.

De dames eten hun boterhammen graag buiten.

Het kost kracht zich los te maken van de familie, zie ze staan in hun keurige kledij
er is geen land met ze te bezeilen, maar hier is hij een man die groeit.

De stad uitgelopen om te zien hoe ze dansen, de leeghoofden
altijd weer de zinloosheid die je overvalt na een goede maaltijd.
Bevangen door enorme duizeligheid maken ze wanhopige heupbewegingen
vallen achterover met de armen in de lucht.

Aan haar vingers zitten kruiden
telkens wrijft ze in de ogen.
Het vuurwerk als een treurwilg in de lucht.


Terug