Vil geen vis aan de rand van de rivier, een man liep
het water in, het touw van zijn krabpot was gebroken
ze vonden hem terug in drie krokodillen.

Hier zijn gezichten verweerd door zon en altijd wind
die waait over veranda’s met versleten banken
waar de man rondrijdt op zijn rommelige erf, zijn motor opjaagt
op het grasveld, langs palmboom, golfplaat, buideldier.

Hier duurt de schemer maar een knippering van het oog
liggen half gezonken boten weg te teren
worden autowrakken met rust gelaten.

En in de supermarkt de kauwgumkauwende Aboriginals
met hun ontheemde smaakpapillen, hun tassen vol chips en cola.
Ze nemen de bus naar Cairns, langs velden met termieten
ze zijn onderweg naar het ‘Festival voor inheemse culturen’.

De dansgroep met de rommelige performance
de inheemse in de rolstoel die de maat aangeeft
de schaamte wanneer een rieten rokje loslaat
de beschilderde borsten als leeggelopen ballonnen.

En de toeristen met hun camera’s, hun hebberigheid
hun wil alles aan te raken.


Terug